Het is verboden in het openbaar Gods naam oneigenlijk te gebruiken dan wel onwelvoeglijke taal te bezigen die kwetsend is, als bedoeld in artikel 1 van de Grondwet.
Het verbod geldt niet voor zover gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet, dan wel in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de artikelen 137c, 137e, 147, 147a en 429bis van het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 11.
Artikel 2:47A
Vloekverbod / bezigen onwelvoeglijke taal
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rijssen-Holten 2010