Naar hoofdinhoud

Afdeling 11.

Artikel 2:58

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rijssen-Holten 2010

De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: op een openbare plaats binnen de bebouwde kom; op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd is voor het verkeer van voetgangers; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; op een andere door het college aangewezen plaats. De eigenaar of houder van een hond is verplicht, als de hond zich in de openbare ruimte bevindt, ervoor te zorgen een deugdelijk hulpmiddel, dat als zodanig is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen, bij zich te dragen en te gebruiken, voor het daarvoor bestemde doel. Het is verplicht het in het voorgaande lid bedoelde hulpmiddel op de eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid niet geldt. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid, m.u.v. sub c,  gestelde verbod wordt  opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel