Naar hoofdinhoud

Artikel 11 Citeertitel

Artikel 11 Citeertitel

Onderdeel van Brandbeveligingsverordening 2012

Deze verordening wordt aangehaald als: Brandbeveiligingsverordening 2012. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente d.d. 8 mei 2012. De raad van de gemeente Hof van Twente, de griffier, de voorzitter, A.W. Averink drs. J.H.A. Goudt Toelichting op de Brandbeveiligingsverordening Brandbeveiligingsverordening is vangnet De brandbeveiligingsverordening is een vangnet voor brandveiligheidvoorzieningen die noodzakelijk zijn maar waarvoor geen wettelijke basis voorhanden is. Onderwerp van de regeling: objecten die geen bouwwerk zijn Bij het gebruiksvergunningen-systeem van de brandbeveiligingsverordening gaat het om objecten die geen bouwwerken zijn: 'niet-bouwwerken'. Deze ‘niet-bouwwerken’ worden aangeduid als inrichting. Het kan gaan om bijvoorbeeld een los met de wal verbonden drijvend hotel, een drijvende discotheek of een tijdelijke tent. Het onderwerp is vooraf niet te bepalen. Doel van de regeling De omschrijving in de Wet veiligheidsregio’s zelf kent een beperking van doel, namelijk brandveiligheid, maar (behalve door andere wettelijke voorschriften) geen beperking van object. De omschrijving is van toepassing op de gehele omgeving. Voor een dergelijk object is het vanwege het feit dat niet van tevoren duidelijk is waarom het gaat, moeilijk concrete regels te maken. Veel objecten lijken echter op bekende bouwwerken. Overeenkomstig daaraan kunnen eisen worden gesteld, afhankelijk van de specifieke situatie. Hier wordt mee bedoeld dat voor het brandveilig gebruik van bijvoorbeeld een grote feesttent (een inrichting) grotendeels dezelfde regels van toepassing kunnen zijn als voor het brandveilig gebruik van een grote feestzaal (bouwwerk). Gebruiksvergunning voor een inrichting De Brandbeveiligingsverordening kent een gebruiksvergunningenstelsel voor die situaties die uit een oogpunt van brandveiligheid meer dan gebruikelijke aandacht nodig hebben. Gezien de onbepaaldheid van de situaties is niet gekozen voor een meldingsplicht i.p.v. vergunningsplicht, omdat tussen die situaties dan bij voorbaat onderscheid gemaakt moet worden. Voor het stellen van eisen via een vergunning of via de directe werking van de verordening is het nodig dat de situatie waarop de vergunning of eisen van toepassing is, is afgebakend: een ruimtelijk begrensde plaats, voor zover die geen bouwwerk is. Kortheidshalve is gekozen voor één begrip: inrichting. Het is duidelijk dat voor een zo grote verscheidenheid aan situaties het niet goed mogelijk is concrete eisen te stellen. Om dezelfde reden is het aanvragen van een vergunning vormvrij. Het Gebruiksbesluit geeft richtlijnen voor de te stellen voorwaarden. Aan een los aangemeerde drijvende hotelboot bijvoorbeeld kunnen dezelfde brandveiligheidseisen worden gesteld als aan een vast met de wal verbonden drijvende hotelboot (bouwwerk in de zin van de bouwverordening en de Woningwet). De uitzondering die in artikel 2, lid 5, is gemaakt voor het verbod zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van het college een inrichting in gebruik te hebben of te houden, is opgenomen vanwege de volgende redenen. Vaak is het brandveilig gebruik van de inrichting in de evenementenvergunning op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) reeds in voldoende mate geborgd door recente of periodieke vergunningverlening, (periodiek) toezicht en eventueel repressieve handhaving. Met deze mogelijkheid tot afwijken van het verbod wordt tevens voorkomen dat extra of afwijkende veiligheidseisen worden gesteld dan die eisen waaraan reeds voldaan dient te worden conform de verleende beschikking. In de praktijk kan dit betekenen dat er voor het plaatsen van een feesttent behalve een evenementenvergunning niet ook nog een gebruiksvergunning aangevraagd hoeft te worden. Deze uitzondering houdt vanzelfsprekend in dat, indien een gebruiksvergunningaanvraag op grond van artikel 2 wordt ontvangen, het college onderzoek dient te doen naar en verslag te doen in het gemeentelijk archiefdossier van de omstandigheid dat het brandveilig gebruik van het betreffende inrichting in voldoende mate is geborgd door andere wettelijke voorschriften die gesteld zijn door en toezicht en handhaving die uitgeoefend worden door het college. Strafbepaling Overtreding van de regels van deze verordening wordt op grond van artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. De wetgever heeft hier een sluitende regeling beoogd, zodat er geen ruimte is voor een regeling op dit gebied in de verordening zelf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel