De georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit is in heel Nederland een ernstig maatschappelijk probleem. Het zorgt niet alleen voor veel onveiligheid en (drugs)overlast bij de bevolking, maar ook voor minder zichtbare, sluipende ontwrichting van de samenleving. Een belangrijk doel is dan ook het tegengaan van de vermenging van de onderwereld met de bovenwereld (f).
Net als veel andere gemeenten heeft Nuenen te maken met verschillende vormen van georganiseerde criminaliteit. Het gaat om fenomenen als georganiseerde hennepteelt, het vervaardigen van synthetische drugs, drugshandel, uitbuiting, illegale prostitutie,mensenhandel, illegale autohandel en witwaspraktijken. Politie en justitie zijn primair verantwoordelijk voor de strafrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Doordat criminele activiteiten vaak samengaan met reguliere activiteiten, zijn wij hier als gemeente ook bij betrokken.
Doelstelling 2018
We ‘keren’ de ondermijnende krachten en verstoren en hinderen die zoveel mogelijk via de inzet van onze bestuurlijke instrumenten. Er is een stevig bewustzijn van de risico’s, van het risico van ‘ongewild faciliteren’ van de criminaliteit. We betrekken onze maatschappelijkepartners in de aanpak.
Hoofdlijn 2015-2018
Een effectieve bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit vraagt om een geïntegreerde aanpak (1-overheid) op regionaal niveau. De strafrechtelijke opsporing en vervolging sluiten daarbij aan op fiscale en bestuurlijke maatregelen. Het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) speelt hier een ondersteunende rol. Het doel daarbij is:
voorkomen dat criminelen door de overheid worden gefaciliteerd (bijvoorbeeld door het verlenen van een vergunning);
voorkomen dat vermenging ontstaat tussen onder- en bovenwereld;
doorbreken van economische machtsposities, die zijn opgebouwd met behulp van op criminele wijze verkregen kapitaal.
Waar ligt de kracht van de gemeente
Onze kracht ligt primair in ‘hinderen, verstoren en tegenhouden’. Belangrijke aanknopingspunten zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zo voeren we de Bibob-toets uit bij vergunningaanvragen binnen geselecteerde branches. Samen met partners houden we toezicht op de naleving van regels. Waar nodig intensiveren we de handhaving. Eventueel formuleren we extra voorschriften, generiek of in vergunningen. Bij complexere situaties, waarbij zich meerdere vormen van criminaliteit voordoen of vermoed
worden – ‘handhavingsknelpunten’–, is integrale handhaving het meest effectief. De combinatie van regimes waarop gehandhaafd wordt, vergroot de slaagkans en het effect van de interventie. We zetten dit instrument de komende tijd gericht en goed geborgd in.
Samenwerkingspartners
Samenwerkingspartners bij dit thema zijn politie, justitie, belastingdienst, FIOD en buurgemeenten. Regionale samenwerking valt onder het Convenant Bestuurlijke en Geïntegreerde Aanpak Georganiseerde Criminaliteit, Bestrijding Handhavingsknelpunten enBevordering Integriteitsbeoordelingen. Als uitvloeisel daarvan worden wij ondersteund door het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Het RIEC helpt ons bedreigingen te herkennen, beoordelen en van de juiste aanpak te voorzien.
Wat is er nodig voor een goede aanpak?
Voorwaarde voor een effectieve aanpak is bewustzijn /awareness van de aard en risico’s van de fenomenen waar het hier om gaat. Belangrijk is dat we onze eigen informatiepositie versterken. Dat hangt direct samen met het vergroten van de bewustwording van degemeentelijke organisatie. Het inzetten op de bewustwording van de eigen organisatie is dan ook stap 1. Het bestuur en ambtelijke organisatie moeten zich er nog meer van bewust worden dat ook in de gemeente Nuenen sprake is van georganiseerde criminaliteit en
dat de (diensten van de) lokale overheden ingezet worden om criminele activiteiten te ontplooien. De volgende stap is om de eigen organisatie bewust te maken van de signalen die op dergelijke criminele activiteiten kunnen duiden. Tot slot is het van belang datduidelijk is waar medewerkers deze signalen aan kunnen kaarten en vast moeten leggen, zodat een casus bij voldoende signalen integraal opgepakt kan worden.
Buitengebied
Het dumpen van afval van drugslabs en hennepplantages in het buitengebied is een steeds groter wordend probleem in Brabant en Limburg. Daarnaast worden in het buitengebied van deze gemeenten regelmatig hennepkwekerijen (zoals tussen de mais of in bosgebied) en drugslabs aangetroffen. Overlast, stijgende kosten en een gevaar voor de veiligheid en de gezondheid zijn de gevolgen hiervan. Vooralsnog valt de stijgende lijn niet in Nuenen waar te nemen. Als het aantal incidenten in het buitengebied toeneemt, dan worden adequateaatregelen toegepast om te komen tot een verbetering van de situatie van het buitengebied. Dit geldt ook voor (het voorkomen van) stroperij. De eventuele maatregelenworden opgenomen in het jaarlijks uitvoeringsprogramma Veiligheid.
Flankerend beleid
Belangrijk flankerend beleid bij dit thema is vergunning- en handhavingsbeleid, aanbestedingen- en subsidiebeleid, recreatie- en toerismebeleid, beleid in het sociaal domein (uitkeringen/bijstand). In kader van Veilige Publieke Taak worden trainingen georganiseerd om het bewustzijn/awareness onder bestuurders en medewerkers te verhogen. Beleid van externe partners dat hier relevant is, is met name het landelijke
en regionale politie- en justitiebeleid, gericht op de aanpak van ondermijnende, georganiseerde criminaliteit.
Indicatoren
aantal aanvragen waar Bibob-beleid van toepassing is
aantal aanvragen waar een Quickscan op is uitgevoerd (scan om te bepalen of een Bibob-toets nodig is)
aantal aanvragen waar een interne Bibob-toets op is uitgevoerd
aantal aanvragen waar een Bibob-toets op is uitgevoerd door het Landelijk bureau
aantal sluitingen woningen en bedrijfspanden op grond van Damocles-beleid
3.
Artikel 3.
Aanpak georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit
Onderdeel van Kadernota Veiligheid 2015-2018 gemeente Nuenen