Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze
verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
gegevens:
naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die
de kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of
exploiteert;
een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met
kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het
aantal buizen dat leeg wordt aangebracht;
een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in
kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang,
beëindiging en de aard van de werkzaamheden;
een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:
1e een opgave van het gewenste tracé met daarbij
duidelijke (digitale) tekeningen en daarop aangegeven wat de
te verbinden locaties zijn;
2e een opgave van de objecten die ten tijde van
de werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste
situering daarvan;
3e een omschrijving van de opbrekingen van de
verharding;
4ede doorsnede en kleur van de kabel en indien
van toepassing de kabelgoot;
5e de opgave van ondergrondse (handholes en
dergelijke) of bovengrondse kasten waarvoor geen
omgevingsvergunning noodzakelijk is, alsmede de situering en
afmetingen daarvan;
6e naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer
van de contactpersoon, aannemers of onderaannemers die
belast zijn met de werkzaamheden en van een door hen
aangewezen contactpersoon die ten tijde van de uitvoering
van de werkzaamheden vierentwintig uur per dag bereikbaar is
in verband met mogelijke calamiteiten;
7e de maatregelen die de bereikbaarheid van de
in de openbare grond aanwezige kabels en leidingen
waarborgen;
8e de bereikbaarheid van percelen en opstallen
in de nabijheid van de uit te voeren werkzaamheden;
9e alle overige van belang zijnde feiten en
omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van
de wet genoemde belangen.
Het college kan in het handboek Kabels en Leidingen nadere regels
stellen aan de gegevens die bij de melding worden verstrekt alsook
over de wijze waarop deze gegevens worden verstrekt.