Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 27

Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010

In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke commissies geregeld. Deze bepaling geldt niet voor raadsleden en wethouders die in de commissie zitten. Hun vergoeding is immers al geregeld in de rechtspositiebesluiten en elders in deze verordening. Uitgezonderd zijn verder onder meer ambtenaren en bestuurders die in die hoedanigheid in de commissie zitting hebben. Uitgezonderd zijn tenslotte vertegenwoordigers van belangengroepen e.d. tenzij hun lidmaatschap tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. De hoogte van het presentiegeld wordt bij gemeentelijke verordening bepaald. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid. In artikel 27, eerste lid, is er voor gekozen de hoogte van de vergoeding te bepalen op het door de minister vastgestelde maximum. De raad kan ook een lager bedrag vaststellen. Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden biedt echter ook de mogelijkheid om in de gemeentelijke verordening te regelen dat in bepaalde gevallen een hoger bedrag aan presentiegeld wordt toegekend dan het eerder bedoelde maximumbedrag. Dat kan geregeld worden in artikel 27, vierde lid, van de verordening. Hiervoor is in onze gemeente niet gekozen. De gemeente Rijssen-Holten kent verder een vaste vergoeding aan de voorzitter en aan het tweede lid van het dagelijks bestuur van de Sportraad. De bedragen worden genoemd in artikel 27, vijfde lid. Hoe te handelen met voorzitter en tweede lid van het dagelijks bestuur van de Sportraad die tussentijds af- of aantreedt is geregeld in artikel 27, zesde lid.

Rechtspraak bij dit artikel