Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aanwijzing en bevoegdheden van de commissies

Onderdeel van Reglement commissie bezwaarschriften Rijssen-Holten 2010

1.. Er zijn drie commissies ter voorbereiding van de beslissing op ingediende bezwaarschriften tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester, genaamd: de commissie bezwaarschriften Algemeen Juridische Zaken; de commissie bezwaarschriften Sociale Zekerheid; de commissie bezwaarschriften Ambtenarenzaken. 2.. De commissie bezwaarschriften Algemeen Juridische Zaken is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten: met betrekking tot sociale zekerheidszaken, ten aanzien waarvan de commissie bezwaarschriften Sociale Zekerheid bevoegd is; met betrekking tot ambtenarenzaken, ten aanzien waarvan de commissie bezwaarschriften Ambtenarenzaken bevoegd is; op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken. 3.. De commissie bezwaarschriften Sociale Zekerheid is bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de sociale zekerheidswetgeving (Abw, Bbz, IOAZ, WWik, WWB, Wij), besluiten op grond van de Wmo betreffende woningaanpassingen, vervoersvoorzieningen, rolstoelen, hulp bij het huishouden, gehandicaptenparkeerkaart en maaltijdvoorziening en de Wi. 4.. De commissie bezwaarschriften Ambtenarenzaken is bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die betrekking hebben op: besluiten op grond van verordeningen en reglementen die de ambtenaar in de zin van de Collectieve Arbeidsvoorwaarden Regeling en de Uitwerkingsovereenkomst rechtstreeks in zijn belang treffen; rechtspositionele besluiten die het onderwijzend personeel of het onderwijsondersteunend personeel bij een inrichting van openbaar onderwijs, indien zij belanghebbenden zijn in de zin van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, rechtstreeks in hun belang treffen. 5.. De verdeling van bevoegdheden in het tweede en derde lid wordt ook aangehouden voor de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten inzake bestuursrechtelijke geldschulden, als bedoeld in titel 4.4 van de Awb, die voortvloeien uit de genoemde bevoegdheden.

Rechtspraak bij dit artikel