1.Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, vraagt daarvoor een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4 lid 1 van deze verordening, aan bij het college met een door het college vastgesteld formulier.
2.Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten kan hierover vooroverleg voeren met het college ten einde de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, voor te bereiden.
Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de aanvrager en de andere gedoogplichtige(n).
Voor het verrichten van minder ingrijpende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4 lid 2, kan de grondroerder volstaan met een melding aan het college minimaal twee dagen voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het college vastgesteld formulier. Op grond van de belangen zoals genoemd in artikel 8 lid 1 kan het college bepalen dat de realisatie van deze werkzaamheden op een later tijdstip dient plaats te vinden.
5.In geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing, waarvan uitstel niet mogelijk is en de belemmering of storing mogelijkerwijs buiten de normale werktijden plaatsvindt, volstaat de grondroerder met een melding bij voorkeur voorafgaand aan de start van de werkzaamheden volgens een door het college vastgesteld formulier. Indien een melding vooraf niet mogelijk is, dient de melding doch uiterlijk binnen één werkdag na de uitvoering gemotiveerd te worden gedaan aan het college met een daartoe vastgesteld formulier door het college.
Hoofdstuk Twee:
Artikel 5
Aanvragen en melden
Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Rijssen-Holten 2010