Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.

Kaderstelling

Onderdeel van Mandaatbesluit invorderingsambtenaar 2016, 1e wijziging

1.. De uitoefening van de bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de kaders en specifieke voorwaarden, zoals aangegeven in het onder I. bedoelde overzicht. 2.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid geschiedt de uitoefening van de bevoegdheden binnen de grenzen van het recht, waarop deze bevoegdheden steunen en de terzake geldende uitvoeringsregels. 3.. Voor zover de uitoefening van de bevoegdheden financiële consequenties voor de gemeente met zich brengt, geschiedt zulks met inachtneming van de terzake gestelde budgettaire kaders.

Rechtspraak bij dit artikel