1.
De voorzitter, de leden van de raad en de
griffier hebben een vaste zitplaats, door de
voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang
van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
aangewezen.
2.
Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de
voorzitter de indeling herzien na overleg in het
presidium.
3.
De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats
voor de wethouders, secretaris en overige
personen, die voor de vergadering zijn
uitgenodigd.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 15.
Zitplaatsen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad