1.
Wanneer bij de eerste stemming niemand de
volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot
een tweede stemming overgegaan.
2.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door
niemand de volstrekte meerderheid is verkregen,
heeft een derde stemming plaats tussen twee
personen, die bij de tweede stemming de meeste
stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de
tweede stemming de meeste stemmen over meer dan
twee personen verdeeld, dan wordt bij een
tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee
personen de derde stemming zal plaatshebben.
3.
Indien bij tussenstemming of bij de derde
stemming de stemmen staken, beslist terstond het
lot.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.
Artikel 34.
Herstemming over personen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad