1.
Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de
beraadslagingen amendementen indienen. Een
amendement kan het voorstel inhouden om een
geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over
amendementen die ingediend zijn door leden van de
raad, die de presentielijst getekend hebben en in de
vergadering aanwezig zijn.
2.
Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is
bevoegd op het amendement dat door een lid is
ingediend, een wijziging voor te stellen
(subamendement).
3.
Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in
behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk
bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de
voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter
van het voorgestelde - oordeelt, dat met een
mondelinge indiening kan worden volstaan.
4.
Intrekking, door de indiener(s), van het
(sub)amendement is mogelijk, totdat de
besluitvorming door de raad heeft
plaatsgevonden.
Hoofdstuk 4.
Artikel 36.
Amendementen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad