1.
Het verzoek tot het houden van een interpellatie
wordt, behoudens in naar het oordeel van de
voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur
voor de aanvang van de vergadering, dan wel
uiterlijk om 10 uur op de vrijdagochtend voor een
maandagvergadering, schriftelijk bij de voorzitter
ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke
omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
2.
De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo
spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van
de raad en de wethouders. Bij de behandeling van de
ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering
na indiening van het verzoek wordt het verzoek in
stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
gehouden.
3.
De interpellant voert niet meer dan tweemaal het
woord, de overige leden van de raad, de burgemeester
en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de
raad hen hiertoe verlof geeft.
Hoofdstuk 4.
Artikel 41.
Interpellatie
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad