**1..** De voorzitter stelt toehoorders bij een openbare vergadering van een commissie op hun verzoek in de gelegenheid het woord te voeren over geagendeerde of niet geagendeerde onderwerpen.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
**3..** Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
**4..** Degene, die zich daartoe tijdig heeft gemeld, kan over het geagendeerde onderwerp dat aan de orde is, het woord voeren aan het begin van de eerste termijn. Bij niet-geagendeerde onderwerpen wordt het woord gevoerd aan het begin van de vergadering nadat geïnventariseerd is welke insprekers er zijn. Indien daartoe aanleiding bestaat, te bepalen door de voorzitter, kan de inspreker een tweede keer inspreken na de eerste termijn.
**5..** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan in het belang van een goede vergaderorde de spreektijd beperken. De voorzitter kan de deelnemers van de vergadering toestaan aan insprekers korte, verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.
Artikel 16.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de commissies 2010 (1e wijziging)