Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Kerkrade 2016

Bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet, anders dan door gedragingen als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3, vindt een verlaging plaats: a. Met 20% van de bijstandsnorm gedurende de periode die belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen indien hij op verantwoordelijke wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijze kon beschikken zou hebben aangewend, met dien verstande dat deze periode niet langer dan 36 maanden is. b. Met 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als de bijstandsafhankelijkheid wordt veroorzaakt door een bestuurlijke boete als gevolg van het bij herhaling schenden van een in een andere uitkeringsregeling geldende inlichtingenverplichting, met dien verstande dat de verlaging zal worden gematigd in de situaties als omschreven in de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. c. Met 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand als belanghebbende voorafgaand aan de datum van melding algemeen geaccepteerde arbeid verwijtbaar niet heeft behouden. d. Met een op basis van de zich voordoende individuele omstandigheden door het college te bepalen bedrag, indien belanghebbende verwijtbaar de hem opgelegde verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt of door eigen schuld geen aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel