De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:
a. 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b. 20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. 40% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie.
d. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de vierde categorie
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Hoogte en duur verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Kerkrade 2016