In de “Notitie rentebeleid 2004” en de daarin opgenomen “Notitie rente in relatie tot de grondexploitatie 2004” ligt de rentevisie van gemeente Ermelo vast. Ermelo gaat daarbij uit van een eigen rentevisie in combinatie met de visie van de BNG en 5 grote banken (benchmark). De visie wordt bepaald aan de hand van:
het meest actuele rentepercentage van de benchmark BNG, uitgaande van het gemiddelde van de laatste vijf jaren bij percentages gebaseerd op 10 jarige leningen (gehanteerd tot en met de Programmabegroting 2009-2012);
het meest actuele rentepercentage van de benchmark BNG, uitgaande van het gemiddelde van de laatste tien jaren bij percentages gebaseerd op 10 jarige leningen (gehanteerd met ingang van de Programmabegroting 2010-2013).
de rentevisie op basis van de verwachtingen van zes grote banken voor het komende jaar.
Dit percentage geldt in principe als “vast” percentage. Jaarlijks wordt het percentage bij de Kadernota bezien en gewijzigd zodra een afwijking optreedt van 0,5% naar boven of beneden (bandbreedte van 1,0%). Door het hanteren van een smalle bandbreedte van 1,0% wordt afgezien van nacalculatie.
Op basis van deze notities geldt thans de navolgende werkwijze:
De gemeente Ermelo hanteert het principe van totaalfinanciering 1 zie voor het begrip totaalfinanciering paragraaf 4.5 . In genoemde notitie is besloten de systematiek van totaalfinanciering te handhaven;
Over de kapitaalverstrekking aan de grondexploitatie wordt het hierboven beschreven percentage gehanteerd. Over de reserve Grondexploitatie vindt een vergoeding plaats tegen eveneens hetzelfde rentepercentage ter versterking van het weerstandsvermogen;
In relatie tot reserves en voorzieningen blijft de systematiek van bespaarde rente gehandhaafd. Hiervoor wordt het bovengenoemde percentage gebruikt. De inzet van de bespaarde rente als structureel dekkingsmiddel is eveneens gehandhaafd;
De reserve Renteschommelingen wordt gecontinueerd, maar wordt alleen gebruikt voor het opvangen van renteschommelingen tussen begrote en werkelijke rentelasten. Het maximale en minimale niveau van de bestemmingsreserve worden vastgesteld op respectievelijk € 200.000,00 en € 100.000,00.
Met betrekking tot treasury zijn de geldende systematiek en werkwijzen gehandhaafd. Hierbij wordt gedoeld op de hierboven beschreven methode.