In onze gemeente is in 2000 als onderdeel van het rentebeleid de voorziening Renteschommelingen ingevoerd. Met het oog op de wettelijke voorschriften is dit later omgezet naar een bestemmingsreserve Renteschommelingen. Met deze reserve wordt thans het opvangen van verschillen tussen de begrote en werkelijke rente beoogd. De besteding van deze reserve is afhankelijk van de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en de geldmarkt en wordt bij afzonderlijk besluit bepaald.
De minimale hoogte van de bestemmingsreserve bedraagt € 50.000,00, terwijl de maximale hoogte van de bestemmingsreserve € 100.000,00 bedraagt (raadsbesluit 5 november 2009).
In de begroting van de gemeente Ermelo wordt de post rente bepaald door:
de rente over aangetrokken gelden:
langlopende geldleningen (contractueel percentage);
overige kort aangetrokken gelden;
de rente over de boekwaarde complexen op de grondexploitatie, bepaald zoals uiteengezet in hoofdstuk 7 van deze notitie;
de rente over de uitgezette gelden:
ter compensatie van het wegvallen dividend NUON;
langlopende uitgezette gelden;
overige kort uitgezette gelden.
Bij de Kadernota en/of Najaarsnota wordt de rente opnieuw berekend. De hierbij geconstateerde afwijkingen worden meegenomen in het totaalsaldo van deze nota’s. Bij de jaarrekening wordt de rente definitief bepaald aan de hand van de werkelijke bedragen. Het verschil tussen begroting en werkelijke rente wordt via de reserve renteschommelingen afgewikkeld.
Zowel in de Jaarrekening 2009 als in de Jaarrekening 2010 is een voordeel ontstaan door een verschil tussen de begrote en de werkelijke rente. Omdat bij de respectievelijke Najaarsnota’s de geraamde rente al werd geactualiseerd, bleef dit voordeel echter gering in omvang (€ 32.200,00 in 2009, respectievelijk € 42.000,00 in 2010).
In de praktijk functioneert de bestemmingsreserve Renteschommelingen als zodanig goed om renteschommelingen op te vangen. De gehanteerde praktijk is echter tweeslachtig, omdat de renteramingen tussentijds al worden bijgesteld waarbij het resultaat ten laste of ten gunste van de exploitatie van het lopende jaar gebracht wordt. Bij de jaarrekening is het rente-effect daardoor slechts van geringe omvang. De verschillen zijn in de rekening ten opzichte van de totale omzet niet van groot belang.
Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd, dat renteresultaat bij de jaarrekening gewoon als voordeel of nadeel deel uit kan maken van het rekeningsaldo. De bestemmingsreserve Renteschommelingen kan daarmee worden opgeheven.