Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 24

Portefeuillehoudersoverleggen en regionale samenwerkingsagenda

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek

1.. Twee of meerdere colleges van burgemeester en wethouders van deelnemende gemeenten kunnen ten behoeve van coördinatie en afstemming op onderscheiden samenwerkingsterreinen dan wel ter uitvoering van een dienstverleningsovereenkomst portefeuillehoudersoverleggen instellen. 2.. Individuele portefeuillehoudersoverleggen bepalen vorm, werkwijze, ambtelijke ondersteuning en de toe- en verdeling van de kosten verbonden aan de samenwerking op het betreffende terrein. 3.. Portefeuillehoudersoverleggen bereiden een regionale samenwerkingsagenda voor met daarin opgenomen de speerpunten van de regionale samenwerking. Vaststelling vindt plaats door de individuele gemeenten op de daarvoor in de gemeenten aangewezen wijze. 4.. Portefeuillehoudersoverleggen zijn belast met: het stimuleren en coördineren van overleg tussen de gemeenten; het behartigen van de belangen van de Regio bij andere overheden, instellingen, diensten of personen; het houden van toezicht op al hetgeen de Regio aangaat. 5.. Portefeuillehoudersoverleggen kunnen jaarlijks, voor het samenwerkingsterrein waarvoor zij zijn ingesteld, een ontwerp-programma opstellen ter uitvoering van de in lid 3 van dit artikel vermelde samenwerkingsagenda met daarin in ieder geval: de hoofdpunten en de financiële uitgangspunten; de relatie tussen de financiële uitgangspunten en de activiteiten en de prioriteiten; voortgang en ontwikkelingen op de benoemde speerpunten. 6.. Portefeuillehoudersoverleggen bieden ontwerp-besluiten en/of ontwerp-voorstellen met betrekking tot het samenwerkingsterrein aan aan colleges van burgemeester en wethouders en/of door tussenkomst van colleges van burgemeester en wethouders aan gemeenteraden. 7.. Besluiten van portefeuillehoudersoverleggen die financiële en/of beleidsmatige consequenties hebben voor één of meerdere gemeenten dienen - alvorens tot uitvoering kan worden overgegaan - bekrachtigd te worden in de eerstvolgende vergadering van het betreffende portefeuillehoudersoverleg. 8.. Uitvoering van de onder lid 7 van dit artikel bedoelde besluiten en het dragen van de aan de uitvoering verbonden financiële en/of beleidsmatige consequenties vindt alleen plaats voor en door die gemeenten namens welke de betrokken portefeuillehouder het besluit heeft bekrachtigd. 9.. Portefeuillehoudersoverleggen kunnen gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel