Het college beslist uiterlijk voor aanvang van het betreffende
kalenderjaar op de aanvraag om een budget-, exploitatie- of
waarderingssubsidie.
Het college beschikt op een aanvraag voor een incidentele
subsidie binnen acht weken nadat de aanvraag met de benodigde
bescheiden is ontvangen.
Het college kan zijn besluit op een aanvraag om een eenmalige
subsidie voor ten hoogste acht weken verdagen. Van een
beslissing tot verdaging stelt het college de aanvrager vóór het
verstrijken van de termijn als bedoeld in het tweede lid van dit
artikel op de hoogte onder vermelding van de reden tot
verdaging.
In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval
aangegeven:
een omschrijving van activiteiten waarvoor subsidie
wordt verleend (artikel 4:30 van de Awb);
b. het subsidiebedrag (artikel 4:31 van de Awb);
c. het tijdvak waarop de subsidie betrekking heeft;
d. de te verstrekken voorschotten;
e. het begrotingsvoorbehoud als bedoeld in artikel 4 van
deze verordening;
f. de mogelijkheid in bezwaar te gaan tegen de
beslissing.
De beschikking tot subsidieverlening van een waarderingssubsidie
is tevens de beschikking tot vaststelling van deze
subsidie.
Het door het college vastgestelde subsidieprogramma zoals
bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze verordening, wordt
gelijkgesteld aan een beschikking tot subsidieverlening.