Het college beschikt vóór 1 juli van het jaar van afloop van het
jaar waarvoor een budget- of exploitatiesubsidie is verleend tot
subsidievaststelling.
2. Het college beschikt binnen drie maanden na ontvangst van de
aanvraag tot vaststelling van de eenmalige subsidie.
3. Het college kan zonodig in voorkomende gevallen een andere
termijn bepalen en doet daarvan mededeling aan de betreffende
organisatie.
4. Indien de activiteiten zijn uitgevoerd en de
subsidieontvanger heeft voldaan aan alle aan de
subsidieverlening verbonden verplichtingen, stelt het college de
subsidie vast overeenkomstig de subsidieverlening.
5. Het college kan op grond van artikel 4:46 van de Awb, tweede
lid de subsidie lager vaststellen, indien:
de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of
niet geheel hebben plaatsgevonden;
b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
subsidie verbonden verplichtingen;
c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
heeft verstrekt en de verstrekking van deze onjuiste of
onvolledige gegevens tot een andere beschikking op de
aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
of
d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve
vaststellen indien na afloop van de hersteltermijn de aanvraag
tot vaststelling niet voldoet aan de vereisten zoals gesteld in
artikel 17.
7. Aan de vaststelling van waarderingssubsidies gaat geen
subsidieverlening vooraf. In dit geval wordt onmiddellijk het
definitieve bedrag van de subsidie vastgesteld.
Hoofdstuk IV
Artikel 19.
Beschikking tot subsidievaststelling
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Ouder-Amstel