De aanvraag voor een budget-, exploitatie- of
waarderingssubsidie door een instelling waarmee de gemeente nog
geen subsidierelatie onderhoudt, dan wel voor nieuwe
activiteiten door een reeds gesubsidieerde instelling, dient
vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor
subsidie wordt aangevraagd bij het college ingediend te
worden.
De aanvraag voor een budget-, exploitatie- of
waarderingssubsidie door een instelling waarmee de gemeente voor
de - in hoofdzaak - zelfde activiteiten reeds een
subsidierelatie onderhoudt, dient vóór 1 oktober van het jaar
voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij
het college ingediend te worden.
De instelling die voor haar activiteit(en) een eenmalige
subsidie wenst, dient uiterlijk twaalf weken voordat de
activiteit uitgevoerd wordt een bij het college aanvraag
in.
Bij een eerste aanvraag voor een budget-, exploitatie- of
waarderingssubsidie legt de subsidieaanvrager tevens de volgende
stukken over:
de oprichtings- of stichtingsakte;
een exemplaar van de statuten;
een overzicht van de financiële situatie op het moment
van de aanvraag, indien mogelijk in de vorm van een
jaarrekening over het voorafgaande boekjaar.
De aanvraag voor een budget-, exploitatie- of eenmalige subsidie
gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting.
Het college kan binnen een door haar te bepalen termijn
overlegging van andere stukken verlangen of anderszins nadere
informatie, indien zij dit voor de beoordeling van de aanvraag
nodig acht.
Het college kan bepalen dat één of meer van de in het derde en
vierde lid vermelde stukken niet verstrekt behoeven te worden,
indien redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat de aanvraag
vergezeld gaat van één of meer van deze stukken of daarmee geen
aanwijsbaar belang is gediend.