Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 24:1:7:1

Zienswijzeprocedure

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling

Lid 1 Indien de medewerker zich niet kan verenigen met de beoordeling geeft hij dat aan door het beoordelingsverslag ‘voor gezien’ te tekenen. Desgewenst kan hij zijn zienswijze schriftelijk kenbaar maken in het verslag of schriftelijk bij het verslag voegen. Lid 2 Het afdelingshoofd legt het beoordelingsverslag, inclusief de zienswijze van de medewerker, binnen twee weken voor aan de (algemeen) directeur. Lid 3 De (algemeen) directeur hoort het afdelingshoofd en de beoordeelde medewerker. Indien de beoordeelde een afdelingshoofd is, hoort de burgemeester de beoordeelde. Indien de beoordeelde een directeur of algemeen directeur is, hoort een wethouder de beoordeelde. Naar aanleiding hiervan kan de (algemeen) directeur, de burgemeester of de wethouder de beoordeling aanpassen. Lid 4 Binnen een maand na ontvangst van het beoordelingsverslag stelt de (algemeen) directeur de beoordeling vast namens het college van burgemeester en wethouders. Indien de beoordeelde een afdelingshoofd of de (algemeen) directeur is, stelt het college van B&W de beoordeling vast. Lid 5 De (algemeen) directeur stuurt de vastgestelde beoordeling aan de direct leidinggevende van de beoordeelde medewerker. Indien dat een teamleider is ontvangt het afdelingshoofd een kopie. De beoordeelde medewerker ontvangt een kopie van het beoordelingsverslag. Lid 6 De vaststelling van de beoordeling is een besluit in de zin van artikel 1.3 van de Algemene wet bestuursrecht. De medewerker kan derhalve binnen zes weken na dagtekening een bezwaarschrift indienen bij burgemeester en wethouders. Het college beslist op het bezwaarschrift nadat het advies heeft gevraagd aan de Bezwaarschriftencommissie Personeelsaangelegenheden. De bezwarentermijn van zes weken vangt aan op de dag, volgend op die waarop de vastgestelde beoordeling aan de medewerker is verzonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel