Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 28:1:6:1

Artikel 28:1:6:1

Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling

Lid 1 De aflossing van de geldlening dient te geschieden in gelijke jaarlijkse termijnen, op annuïteitenbasis of aan het eind van de looptijd. Lid 2 De ambtenaar is te allen tijde bevoegd tot algehele aflossing van de geldlening over te gaan zonder vergoeding of boete voor vervroegde aflossing. Lid 3 Extra aflossingen kunnen uitsluitend in de maand december plaatsvinden in ronde sommen van €50,00 zonder dat de ambtenaar een betaling van vergoeding of boete wegens vervroegde aflossing is verschuldigd. Lid 4 Indien de ambtenaar conform het tweede lid van dit artikel tot algehele aflossing van de lening is overgegaan, kan deze financieringsregeling ten behoeve van hetzelfde pand niet meer worden toegepast. Lid 5 Zolang de ambtenaar niet tot algehele aflossing van de lening is overgegaan, kan hij/zij de extra gepleegde aflossingen weer opnemen tot maximaal het bedrag gelijk is aan het schuldrestant volgens het oorspronkelijke aflossingsplan.

Rechtspraak bij dit artikel