Nader voorschrift artikel 28:1:8:1.
De hoofdsom van de geldlening of het nog niet afgeloste gedeelte van het leningsbedrag met de verschuldigde rente is ingeval van ontslag als bedoeld in artikel 28:1:8:1, lid 1, sub b, opeisbaar uiterlijk drie maanden na de datum van het ontslag, indien de ambtenaar heeft aangegeven niet te zullen verhuizen als gevolg van eerdergenoemd ontslag.