Als regels voor het zich ontdoen van afvalstoffen door deze in de open lucht te verbranden, als bedoeld in artikel 33, derde lid, Afvalstoffenverordening Zutphen 2005, zijn de volgende bepalingen vastgesteld:
Ontheffing van het verbod op het verbranden van afvalstoffen (art. 10.2 Wet milieubeheer) kan worden verleend voor maatschappelijk gewenste of noodzakelijke vuren:
verbranden van snoeihout;
paasvuren;
kerstboomverbranding;
kampvuur.
Indien ontheffing is verleend voor het het verbranden van snoeihout, mag alleen snoeihout, afkomstig van landschappelijk onderhoud of het bestrijden van bomen met besmettelijke ziekten worden verbrand. Het mee verbranden van andere (afval)stoffen is nadrukkelijk niet toegestaan.
Indien ontheffing is verleend voor het het verbranden van kerstbomen, mogen alleen kerstbomen worden verbrand. Het mee verbranden van andere (afval)stoffen is nadrukkelijk niet toegestaan.
Het te verbranden snoeihout dient uitwendig droog te zijn.
De aanvrager draagt er zorg voor dat er geen verontreiniging van bodem of oppervlaktewater optreedt en dus artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) of artikel 3 en 4 van het Uitvoeringsbesluit artikel 1, derde lid Wet verontreiniging oppervlaktewateren niet wordt overtreden. Voor het aanmaken van het vuur mag derhalve geen gebruik worden gemaakt van vloeibare brandstoffen.
De verbrandingsresten worden binnen 72 uur na de verbranding verwijderd en afgevoerd op een verantwoorde wijze.
Voorkomen dient te worden dat regelmatig op dezelfde plaats wordt gebrand.
De weersomstandigheden moeten voldoen aan de volgende drie eisen:
Het moet droog weer zijn, dus bij regen of mist mag er geen verbranding plaatsvinden;
De windkracht mag maximaal 5 Beaufort zijn (max. 10,7 m/s);
Het mag niet te lang achtereen droog geweest zijn (code ‘droog’ van de Brandweer).
Er mag geen overlast voor de omgeving optreden, zowel voor buurtbewoners als het verkeer. Er dient daarvoor een afstand van 100 meter tot een woning van derden te worden aangehouden. Bovendien moet een afstand van minimaal 5 meter tot een watergang worden aangehouden.
Er moet onafgebroken toezicht zijn op het vuur door een meerderjarige. Dit om het overslaan van vuur en ongelukken te voorkomen.
Verbranding mag slechts plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang, met uitzondering van verbranding bij kerstboomverbrandingen, paas- en kampvuren.
Er mag geen verbranding plaatsvinden op zon- en feestdagen, met uitzondering van verbranding bij kerstboomverbrandingen, paas- en kampvuren.
De geldigheidsduur van de ontheffing bedraagt maximaal 3 maanden na aangevraagde datum.
Tijdstip van de verbranding dient minimaal een uur van tevoren aan de meldkamer van de Brandweer Apeldoorn (telefoon 055-5053322) te worden gemeld. Wanneer “code droog” van kracht is, zal de Brandweer dat melden en is dan dus geen toestemming verleend voor de verbranding op dat moment.
Artikel 1
Stoken van afvalstoffen in de open lucht
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit stoken Zutphen 2005