Naar hoofdinhoud
Deze verordening wordt aangehaald als: de subsidieregeling waardering prestaties studieseizoen kringlooplandbouw Midden-Delfland 2015-2016 Aldus vastgesteld in de vergadering van Burgemeester en wethouders voornoemd, Hans Verlinde Arnoud Rodenburg Gemeentesecretaris (wnd.) burgemeester Algemene toelichting op de subsidieregeling waardering prestaties studieseizoen kringlooplandbouw Midden-Delfland 2015-2016 IODS-convenant Met het IODS-convenant (Integrale ontwikkeling tussen Delft en Schiedam) is de gebiedsontwikkeling gekoppeld aan de uitvoering van het traject A4, tussen Delft en Schiedam. In het convenant zijn de afspraken vastgelegd ten aanzien van doelstellingen, bestuurlijke verantwoordelijkheid, betrokkenheid van partijen, planning en de financiering op hoofdlijnen. Een van de projecten die voortvloeit uit het convenant is de ‘Groen ondernemen, een nieuwe landbouw’, met als projectonderdeel ‘Duurzaam boer blijven in Midden-Delfland. Uitgangspunt hiervan is om de agrarische sector als drager van het open veenweidegebied een impuls te geven om haar rol als producent en beheerder van dit gebied in de toekomst te versterken. De gemeente Midden-Delfland is aangewezen als trekker van dit kwaliteitsproject. Voor het projectonderdeel Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland is een plan van aanpak opgesteld, met als fundament het studieprogramma ‘Kringlooplandbouw Midden-Delfland’ (zie ook: www.boerinmiddendelfland.nl). Kringlooplandbouw Het studieprogramma Kringlooplandbouw stimuleert de agrariërs hun duurzaamheidsprestaties aan de hand van de kringloopwijzer te verbeteren. Het studieprogramma is niet zozeer gericht op productieverhoging, maar op het beter sluiten van de kringloop. De prestaties op gebied van duurzaamheid binnen een bedrijf hebben dan vervolgens een kwaliteitsverhogend effect op de productie. Onder begeleiding van externe deskundigen brengen de agrariërs de verschillende kringlopen en hun onderlinge relaties binnen hun bedrijf in beeld. In essentie is de doelstelling van het project het streven naar een zo efficiënt mogelijke duurzame bedrijfsvoering op lange termijn, welke is gericht op een minimale milieu- en natuurbelasting. Het resultaat is sterkere bedrijven en een sterker en mooier Midden-Delfland. Sinds 2012 zijn er achtereenvolgend vier studieseizoenen vanuit het project Duurzaam Boer Blijven gefaciliteerd. De duurzaamheidsprestaties van de deelnemende agrarische bedrijven zijn sindsdien verbeterd. Hierover is op diverse wijzen gepubliceerd. Studiegroepen De studiegroepen waaraan de agrariërs deelnemen vormen de basis van het studieprogramma. Binnen de studiegroepen wordt informatie onderling uitgewisseld en individueel per agrarisch bedrijf doorgevoerd. De studiegroepen werken als een Community of Practice, werkgemeenschappen waarin ervaringen gedeeld worden en gebouwd wordt aan het bereiken van gemeenschappelijke doelen. Het ‘studieseizoen’ loopt van oktober tot april en omvat in principe enkele groepsbijeenkomsten en één of meerdere excursies. De studiegroepen zijn thematisch van karakter. Voor het studieseizoen 2015-2016 zijn de volgende thema’s gekozen, waarmee een studiegroep is geformeerd Bodem en gewas, met accent op waterkwaliteit Bodem en gewas, met accent op weidevogelbeheer Gezonde koeien Biologisch boeren Ondersteuning Studiegroepen De studiegroepen hebben externe begeleiding door deskundigen vanuit het Louis Bolk Instutuut (LBI). Deskundigen van dit instituut zijn gespecialiseerd in het leggen van verbindingen tussen theorie en praktijk en het begeleiden van DEMO- en bedrijfsexperimenten. Dit vanuit de visie dat kijken&meten is weten. Het LBI heeft meer dan 35 jaar ervaring in onderzoek en advisering in duurzame en biologische landbouw, zoals reductie van CO2-uitstoot, vermindering van pesticidengebruik, diervriendelijke stalinrichting en stimuleren duurzaam bodemgebruik. Het verzorgen van het kringloopkompas en vergaren van de benodigde cijfers wordt gecoördineerd vanuit het bedrijf Boerenverstand. Het Kringloop-Kompas is een uniforme milieuscore, waarmee voor een individueel melkveebedrijf in kaart wordt gebracht hoe deze scoort ten aanzien van het sluiten van kringlopen. Hoe meer de kringloop gesloten is, hoe lager de verliezen naar het milieu en klimaat en dat alles in samenhang met een aantrekkelijk landschap. Binnen het Kringloop-Kompas speelt de mineralenbalans (de aanvoer van krachtvoer en kunstmest op het bedrijf minus de afvoer van melk en vlees) een belangrijke rol. Eén van de grondleggers van het ‘koekompas’ is beschikbaar als vraagbaak voor de studiegroepen en dierenartsen. Bij het koekompas staat het dierenwelzijn voorop. Koeien die goed in hun vel zitten worden ouder en zijn minder vaak ziek. Om te meten of koeien is het instrument van het koekompas ontwikkeld. Het koekompas meet hoe het is gesteld met het dierenwelzijn op een boerderij. Aan de hand van een checklist worden onder meer de stal en het voer beoordeeld. Ook wordt kritisch naar de koe zelf gekeken. Bijvoorbeeld heeft de koe geen wondjes en is haar vacht mooi glanzend. Het resultaat van de checklist is een score op zeven onderdelen. Met deze score heeft de agrariër aanknopingspunten om het dierenwelzijn verder te optimaliseren. Doestelling subsidieverordening De doelstelling van de subsidie is om agrarische ondernemers te stimuleren om door middel van deelname aan de studiegroepen Kringlooplandbouw Midden-Delfland het proces van verduurzaming en vernieuwing te versnellen. Dit wordt gedaan door enerzijds het verzorgen van deskundige ondersteuning van de studiegroepen en anderzijds door deelnemers aan de studiegroepen te belonen voor hun behaalde prestaties op de kringloopwijzer. De subsidie heeft de vorm van een waarderingssubsidie. Indien de agrariërs over het studieseizoen 2015-2016 actief hebben deelgenomen en een kringloopcertificaat hebben behaald, dan kunnen ze aan de hand van de behaalde scores op het kringloopcertificaat een waarderingssubsidie ontvangen. De deelnemers hebben aanwezig moeten zijn bij de studiebijeenkomsten en hebben een actieve houding moeten tentoonspreiden. Van de resultaten uit de studiegroepen kunnen andere agrariërs profiteren. Uiteindelijk resultaat is een lagere milieubelasting, een kleinere ecologische voetprint en verbetering van het imago van de veehoudersector. Naast haar primaire functie in de voedselproductie blijft deze sector in staat om in Midden-Delfland haar rol als hoeder van het landschap te vervullen. Bekostiging van deze subsidie gebeurt door gebruik te maken van de incidentele provinciale subsidie voor Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland. Het juridisch kader Het verstrekken van subsidie aan ondernemingen kan de concurrentieverhoudingen op de vrije markt verstoren. Anderzijds is het regelmatig nodig om subsidie te verstrekken om overheidstaken te realiseren, waarbij de subsidie als stimulans voor ondernemers kan worden ingezet. Het verstrekken van subsidie is dan mogelijk, mits aan de Europese regelgeving op dit vlak wordt voldaan. Het verstrekken van subsidie op basis van deze verordening aan de agrarische ondernemingen heeft als specifieke overheidsdoelstelling het open agrarische cultuurlandschap van Midden-Delfland te behouden en te versterken. De studiegroepen binnen het project Kringloopboeren Midden-Delfland zijn gericht op onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Voor wat betreft de voorgaande studieseizoenen verstrekte de gemeente de subsidie op basis van de eigen gemeentelijke Verordening subsidie Onderzoek, ontwikkeling en innovatie bij agrarische bedrijven 2013. Het juridisch kader voor deze regeling was de ‘Omnibusregeling voor provincies en gemeenten voor de staatssteunaspecten van subsidiemaatregelen gericht op onderzoek, ontwikkeling en innovatie’ (OO&I). Deze Omnibus Decentraal is per 1 januari 2015 komen te vervallen, en daarmee dus ook de gemeentelijke verordening. Mede om deze reden is deze nieuwe regeling opgesteld. Om te voorkomen dat er sprake is van onrechtmatige staatssteun, kan er gebruik worden gemaakt van de de minimisregeling. Deze is gebaseerd op de veronderstelling dat geringe bedragen in de meeste gevallen het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden en de mededinging niet vervalsen. Het voldoet dan niet aan de criteria van het staatssteunverbod (art. 107, eerste lid VWEU) en hoeft daarom niet te worden aangemeld aan de Commissie (art. 108, lid 3, VWEU). Voor agrarische ondernemingen geldt een grens van € 15.000,= over drie belastingjaren. De Europese Commissie heeft in maart 2016 een proces in gang gezet om de agrarische sector meer te ondersteunen (crisismaatregelen). Een van de voorstellen is om de de minimis op jaarbasis op een bedrag van € 15.000,= te zetten. Experimentele ontwikkeling Bij het onderdeel experimentele ontwikkeling staan kennis en vaardigheden centraal. Het gaat dan om het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van al bestaande wetenschappelijke en technische kennis en vaardigheden met in deze specifieke situatie als doel om te komen tot verbeterde producten en procedés. Hoe kan de voedselkwaliteit en voedselveiligheid op de lange duur gewaarborgd blijven tegen een lagere milieubelasting en kleinere ecologische voetprint? Zonder stimulans vanuit de overheid is de kans dat de sector zelfstandig tot realisatie hiervan overgaat beperkt of niet aanwezig. Tegelijkertijd is sprake van een maatschappelijk belang als de milieubelasting en ecologische voetprint te verminderen. In verband hiermee is er een algemeen belang aanwezig om dit te stimuleren. Het gebied Midden-Delfland leent zich bij uitstek voor dit experimenteel onderzoek. Mede door de centrale ligging binnen de stedelijke agglomeratie van Rotterdam en Den Haag is in dit gebied vooral sprake van kleinschalige landbouw en onderlinge afhankelijkheid tussen de verschillende melkveehouderijen. Om de economische vitaliteit van de veehouderijsector op lange termijn te waarborgen binnen de stedelijke agglomeratie is schaalvergroting niet mogelijk. Het gebied vervult voor de stedeling belangrijke toeristische en recreatieve waarden. Deze waarden gaan verloren bij een omschakeling naar grootschalige en intensieve veehouderij. Stimulerend effect en noodzaak van steun De melkveehouderijsector is traditioneel van aard. Deze sector bestaat in het gebied Midden-Delfland voornamelijk uit relatief kleine traditionele extensieve agrarische bedrijven. Op individuele basis is nagenoeg geen sprake van innovatie. Op het terrein van innovatieve ontwikkelingen is de sector volgend op wetenschappelijk bewezen uitgangspunten. In potentie is de wens tot innovatie aanwezig. Echter doordat in nagenoeg alle situaties sprake is van familiebedrijfjes is het niet mogelijk om als zelfstandige ondernemer te investeren in OO&I op het eigen bedrijf. De aanwezige innovatieve kracht wordt met behulp van deze subsidieregeling aangeboord en als extra inzet gewaardeerd. Kracht zit hem in vrijwillige samenwerking. De afgelopen twee jaar is op vrijwillige basis samen gewerkt in studiegroepen. Hierbij is ervaring opgedaan met de bestaande instrumenten van het Kringloopkompas en het Koekompas. Door onder deskundige begeleiding onderling bedrijfsgegevens uit te wisselen en die kennis over te dragen aan anderen ontstaat een innovatieve impuls voor de agrarische melkveehouderijsector in Midden-Delfland. Op termijn zijn deze resultaten niet alleen van belang voor het gebied van Midden-Delfland maar kunnen toegepast worden in andere veenweidegebieden in Nederland. Met het meer sluiten van de kringlopen op de agrarische bedrijven wordt voldaan aan de doelstellingen van het nieuwe Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid. Subsidieverordening Midden-Delfland 2013 Op de toekenning van subsidie zijn de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene subsidieverordening Midden-Delfland 2013 van toepassing. Laatstgenoemde verordening biedt het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere regels te stellen. Hiervan is gebruik gemaakt door vaststelling van de Verordening subsidie onderzoek, ontwikkeling en innovatie bij agrarische bedrijven. Op deze subsidieverordening zijn de in de Awb en de Algemene subsidieverordening opgenomen voorschriften van overeenkomstige toepassing en worden in de nadere regels niet meer apart genoemd. In verband met een heldere communicatie is er voor gekozen om de naamgeving van het document aan te passen in ‘verordening’, in plaats van ‘nadere regels’. Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel