Naar hoofdinhoud
Het PGB voor aanschaf van een woonvoorziening is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening. De goedkoopst adequate voorziening kan blijken uit een door het college goedgekeurde kostenbegroting of uit een door de gemeente met een gecontracteerde leverancier afgesloten overeenkomst. Het PGB wordt betaald aan de budgethouder, nadat deze een getekende opdracht-bevestiging dan wel factuur heeft overgelegd.Indien een PGB voor aanschaf van een voorziening wordt verstrekt, kan zo nodig ook een PGB voor instandhoudingkosten worden toegekend. Het PGB voor instandhoudingkosten wordt achteraf op declaratiebasis betaald zolang de technische levensduur van de voorziening niet is verstreken en de kosten niet vallen onder garantiebepalingen van de leverancier. De hoogte van het PGB voor instandhoudingkosten is beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 131,00 op jaarbasis. Het PGB in kosten van verhuizing bedraag € 2.659,-. Indien de begrote en goedgekeurde kosten van een bouwkundige of woontechnische ingreep aan de te verlaten woning meer bedragen dan € 15.000,-, bedraagt het PGB als bedoeld in het vorige lid 20 % van die begrote en goedgekeurde kosten.

Rechtspraak bij dit artikel