Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:1

Algemene verbodsbepaling

Onderdeel van RECLAMEVERORDENING

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag reclame, als bedoeld in artikel 1:1, te maken of te voeren. 2.. Het in het eerste lid gestelde geldt niet ten aanzien van: reclame verder dan 0,20 m¹ achter de glazen puien, deuren en ramen van een bouwwerk; naamborden en opschriften, die betrekking hebben op de dienst, het beroep of bedrijf, uitgeoefend in of op het onroerend goed, dan wel op de bestemming daartoe, mits zij niet groter zijn dan 0,30 m² en geen grotere afmeting hebben dan 0,60 m¹. aankondigingen ter voldoening aan een wettelijke verplichting, mits de in het wettelijk voorschrift genoemde minimummaten niet worden overschreden. Zijn hiervoor geen maten vastgesteld, dan geldt als maximum een oppervlakte van 0,30 m² en een afmeting van 0,60 m¹. reclame in rechtmatig gerealiseerde A0-vitrinekasten aan bioscopen, theaters en andere sociaal-culturele instellingen voor de daarin te vertonen voorstellingen; reclame op zuilen, borden en nissen, die daarvoor van gemeentewege zijn aangewezen; uitstallingen als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening. 3.. Het in het eerste lid gestelde geldt eveneens niet ten aanzien van maximaal één reclame die: voor zolang zij feitelijk betekenis heeft en betrekking heeft op niet-verlichte opschriften en aankondigingen waarbij een onroerend goed geheel of gedeeltelijk ter verkoop, verhuur of verpachting wordt aangeboden en mits zij wordt aangebracht plat op, aan of tegen de gevel van of in het onroerend goed dat te koop of te huur wordt aangeboden, dan wel waarop of waarin de verkoping zal plaatsvinden en mits zij niet groter is dan 0,65 m² en niet breder is dan 1 m¹.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel