De Wmo en de Jeugdwet bevatten een aantal kaders met betrekking tot het verstrekken van een PGB. De kern hiervan is dat een cliënt, die in aanmerking komt voor maatwerkvoorziening, (dan wel zijn ouders/gezagsdrager in geval van een jeugdige) ook kan kiezen voor PGB.
Het maatwerkgesprek is in de regel voldoende om te toetsen of een cliënt voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt. Daarna volgt de vraag op welke manier verzilvering plaatsvindt. Het volgende toetsingskader voor een PGB wordt zowel bij Wmo als Jeugd gehanteerd.
Het PGB wordt verstrekt als:
een cliënt (of zijn ouders/gezagsdragers) naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde in staat is de aan een PGB verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;
een cliënt zich op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als PGB geleverd wenst te krijgen, voor voorzieningen vanuit de Jeugdwet geldt dat de cliënt de inzet van een PGB motiveert;
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de ondersteuning van goede kwaliteit is en bijdraagt aan het beoogde resultaat. Het gaat er dan om dat de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt.
Het is aan de gemeente om invulling te geven aan de eerste en de derde voorwaarde. Deze worden verderop uitgewerkt.
In de Jeugdwet is opgenomen dat voor alle vormen van jeugdhulp in principe een PGB ingezet kan worden. Wanneer een gecertificeerde instelling die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert ten aanzien van de betreffende jeugdige bepaalt dat jeugdhulp noodzakelijk is, kan die jeugdhulp ook via een PGB worden ingezet. De uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering kan niet door middel van een PGB uitgevoerd worden.
Verder is in de Wmo wettelijk bepaald dat
er een overgangsperiodes van maximaal 5 jaar voor beschermd wonen voor cliënten die per 2015 overkomen naar de gemeente. Voor alle doelgroepen waarvoor het overgangsrecht van toepassing is, geldt dat in goed overleg en met instemming van de cliënt altijd eerder tot een nieuw arrangement kan worden overgegaan. Beschermd wonen is uitgewerkt in de Beleidsregel Beschermd Wonen 2015;
een op te leggen eigen bijdrage achteraf wordt geïnd door het CAK. Op deze wijze is de anticumulatie geregeld, en betaalt een cliënt voor alle individuele (maatwerk) voorzieningen samen nooit meer dan haalbaar is op grond van zijn inkomen. De eigen bijdrage is uitgewerkt in de nadere regels. Wat betreft beschermd wonen betaalt cliënt een eigen bijdrage voor beschermd wonen.