Als een belanghebbende een door het bestuur opgelegde verplichting als
bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt,
wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op:
Tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot
arbeidsinschakeling;
Tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het
niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband
houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van
bijstand;
Twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij
het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken
tot vermindering van de bijstand;
Vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij
het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken
tot beëindiging van de bijstand.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.
Niet nakomen van overige verplichtingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016