In het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering als
bedoeld in de artikelen 9a, twaalfde lid, 18, tweede, vijfde en zesde
lid, van de Participatiewet, de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers en de artikelen 20 en 38, twaalfde lid, van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
zelfstandigen worden in ieder geval vermeld:
de reden van de verlaging;
de duur van de verlaging;
het bedrag of percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd,
en
indien van toepassing, de reden om af te wijken van de
standaardverlaging.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Het besluit tot opleggen van een verlaging
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016