Het bestuur ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan 12 maanden voor constatering daarvan door
het bestuur, heeft plaatsgevonden.
Het bestuur kan afzien van een verlaging als het daarvoor
dringende redenen aanwezig acht.
Als het bestuur afziet van een verlaging op grond van dringende
redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de
hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2016