**1..** Het College kan de voorziening werkplekaanpassing inzetten voor:
**a..** personen zoals beschreven in artikel 1, lid 1 van deze verordening,
**b..** die vanwege ziekte of gebrek zonder de aanpassing/hulpmiddel niet in staat zijn om opgedragen taken bij een werkgever uit te voeren.
**2..** De noodzaak van de voorziening wordt beoordeeld door een arbeidsdeskundige en, indien gewenst, een verzekeringsarts van de uitvoeringsorganisatie. Hierbij wordt tevens de aard en de omvang van de voorziening bepaald zoals beschreven in artikel 6, lid 5, onder d en artikel 6, lid 6 van deze verordening.
**3..** De omvang van de werkplekaanpassing dient afgewogen te worden tegen de economische en maatschappelijke opbrengst. De kosten moeten opwegen tegen de baten.
**4..** Daar waar mogelijk wordt gekozen voor een verhuisbare aanpassing.
**5..** Er dient sprake te zijn van een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 maanden.
**6..** Toekenning van de voorziening werkplekaanpassing vindt uitsluitend plaats op aanvraag door de betreffende werknemer.
Hoofdstuk 2 › § 3
Artikel 12