Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 4

Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2008

1. De subsidie kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb genoemde gevallen in ieder geval worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden - hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden - kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van de gemeente; de activiteiten in enig opzicht strijdig zijn met internationale verdragen en/of algemeen erkende rechten van de mens; de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie oplevert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele geaardheid, leeftijd of op welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand. 2. Naast de in artikel 4:50 van de Awb bedoelde gevallen kan de subsidieverlening ook worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd op grond van de in het eerste lid genoemde gevallen.

Rechtspraak bij dit artikel