**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,--;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,-tot € 2.000,--;
40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,-tot € 4.000,--;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van bijvoorbeeld€ 4.000,-- of hoger.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid en onverminderd het bepaalde in artikel 18, eerste lid Participatiewet wordt de bijzondere bijstand geweigerd indien het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
**4..** In afwijking van het eerste en tweede lid en onverminderd het bepaalde in artikel 18, eerste lid Participatiewet wordt, indien belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, een verlaging opgelegd van 100% van de geldende bijstandsnorm gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de start van de verrekening. Met betrekking tot de hier bedoelde verlaging is het bepaalde in artikel 3, van de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive, van overeenkomstige toepassing.
**5..** In afwijking van het eerste en tweede lid en onverminderd het bepaalde in artikel 18, eerste lid Participatiewet, wordt een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid tot uitdrukking komend in “het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid voorafgaand aan dag van melding als bedoeld in artikel 9, eerste lid Participatiewet” gelijkgesteld aan een gedraging van de derde categorie als bedoeld in artikel 7 en 8 van deze verordening. Voor het bepalen van de hoogte van de maatregel is artikel 9 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.