Naar hoofdinhoud
Indien vanwege bijzondere omstandigheden aan niet studerende jongeren van 18 t/m 20 jaar aanvullende bijstandsverlening noodzakelijk is, wordt de bijzondere bijstand afgestemd op het niveau van de bijstand voor 21 jarigen in dezelfde omstandigheden en daarmee in voorkomende gevallen, ook met in achtneming van de kostendelersnorm. Voor de alleenstaande jongere die verblijft in de opvang of voor de alleenstaande jongere die bij een alleenstaand ouder inwonend is, gelden afwijkende bedragen. Alleenstaande jongeren in de opvang ontvangen bovenop de lage norm een aanvulling tot maximaal 50% van het netto WML en de thuisinwonende alleenstaande jongere krijgt een aanvulling tot maximaal 20% van het netto WML. De Participatiewet blijft voor wat betreft de re-integratieverplichtingen voor deze jongeren onverkort van toepassing

Rechtspraak bij dit artikel