Naar hoofdinhoud
Dat de mensen in de uitvoering (consulenten) een cruciale rol spelen bij het bevorderen van de naleving van bijstandsverplichtingen is al aangehaald. Het is daarom van belang dat de directie (het management) faciliteert met voldoende personele capaciteit en de juiste hulpmiddelen. Ook is het belangrijk dat wordt gestuurd op resultaten en ontwikkeling van vakmanschap, realistische doelen worden gesteld en successen worden gevierd. De directie (manager) vertaalt de wettelijke regels en de uitgangspunten van het lokale bestuur naar de uitvoering via diverse uitvoeringsnotities. De directie (manager) formuleert opdrachten voor het team en de individuele medewerkers: wat is jouw bijdrage aan het doel van de sociale dienst, de eigen gemeente en de landelijke wetgever? Door werving, selectie en de personele beoordelingscyclus zorgt de directie (manager) dat medewerkers goed in staat zijn om hun opdracht te vervullen. Om hoogwaardig handhaven in de praktijk te verwezenlijken wordt daarnaast ingezet op systematisch handhaven en methodisch werken. Preventief handhaven Zoals gesteld is handhaving voor een belangrijk deel het werk van de uitvoering (consulenten). Voor een optimale dienstverlening moet een goed evenwicht worden gevonden tussen handhaving en begeleiding. Soms zijn beide aspecten eenvoudig te verenigen. Handhaving is immers niet alleen controle en klanten aanspreken op misbruik en oneigenlijk gebruik, maar ook goede (nalevings)communicatie, het sturen van de verwachtingen van klanten, heldere afspraken maken over re-integratie en participatie en zelf afspraken nakomen. Methodisch werken en vakmanschap voor effectieve re-integratie Methodisch werken is wat de rijke schakering aan handhavingsmethoden verbindt. Door methodisch te werken kunnen uitvoerders (consulenten) het dienstverleningsproces meer uniformeren. Daardoor kunnen ze (de schijn van) willekeur vermijden. Het maakt het ook makkelijker voor collega’s uit alle disciplines om te leren van elkaars ervaringen en resultaten (in de vorm van kennisoverdracht of intervisie). Hierdoor kunnen effectieve dienstverlenings-strategieën in kaart worden gebracht en worden toegepast. Methodisch werken is een voorwaarde voor succes, maar het geen garantie. De uitvoerder (consulenten) ervaart dagelijks dilemma’s bij het werken met klanten. Handel ik volgens de regels van de wet of houd ik zoveel mogelijk rekening met de omstandigheden van de klant? Het maken van de juiste afwegingen van geval tot geval (maatwerk) behoort tot de expertise van een uitvoerder (consulenten). Daarvoor zijn de juiste basishouding en vaardigheden (vakmanschap) cruciaal. Maatwerk binnen de kaders van de wet blijft dan ook het uitgangspunt. 2.4.1 Preventief Vroegtijdig informeren Om de Participatiewet, IOAW en IOAZ goed te kunnen uitvoeren en klanten snel aan werk te helpen, begint de uitvoering al voordat iemand een uitkering aanvraagt. Als potentiële klanten een goed beeld hebben van het sociale stelsel en de voorwaarden en plichten van een uitkering, kunnen ze beter beoordelen of ze daar een beroep op willen en mogen doen. Dat voorkomt dat ze ten onrechte bijstand aanvragen. Informatie over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik en gaat misbruik tegen. Daarom wordt geïnvesteerd in publieksvoorlichting over uitkeringen. Daarbij wordt ook gewezen op andere inkomensondersteunende regelingen die klanten vaak niet kennen en dus niet gebruiken. Ook komt de arbeids- en re-integratieplicht aan de orde. Hierdoor weten potentiële klanten dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor het vinden van werk en dat er zelfredzaamheid van hen wordt verwacht. Wat kan de Participatiewet, de IOAW en IOAZ voor betrokkene(n) betekenen? Welke dienstverlening mag de cliëntklant verwachten? Maar ook: wat wordt daarbij van de cliëntklant zelf verlangd? Wat zijn de spelregels, de ‘dienstverleningscondities’? Juiste en tijdige informatie is een noodzakelijke voorwaarde voor een transparante en klantgerichte uitvoeringspraktijk. Dit vraagt om een informatie-op-maat-aanpak. De laatste jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor (vroegtijdig) informeren als wezenlijk onderdeel van de preventieve handhaving. Lag vroeger het accent vooral op het controleren van regels, nu wordt het belang van (vroegtijdig) informeren op het gebied van handhaving uitdrukkelijk onderkend. Immers, als mensen slecht geïnformeerd zijn, kunnen ze een verkeerd verwachtingspatroon opbouwen – met alle risico’s van dien. Met de aanscherpingen van het sanctieregime van de WWB (boeten en uniforme re-integratieplichten), dat vanaf januari 2015 binnen de Participatiewet is gaan gelden, is door de wetgever nog forser nadruk gelegd op repressie. Dit betekent dat vanuit de systematiek van hoogwaardig handhaven het belang van een vroegtijdige informatievoorziening nog zwaarder weegt. Activiteiten en instrumenten binnen de 4 elementen moeten elkaar immers in evenwicht houden. Worden aan schending van verplichtingen zware consequenties verbonden dan moet met een goede gerichte voorlichting vooraf worden voorkomen dat uit eigen aannames of onwetendheid misbruik en oneigenlijk gebruik voortkomt of re-integratieplichten worden geschonden. Dat kan door de (potentiële) cliëntklant vroegtijdig en volledig te informeren over diens rechten en plichten. Een juiste en tijdige voorlichting vormt een noodzakelijke voorwaarde voor een transparante en rationele handhavingspraktijk, onder het motto: “geen handhaving zonder communicatie en geen communicatie zonder handhaving”. Optimaliseren dienstverlening Dienstverlening wordt door Van Dale gedefinieerd als: "hulp die een persoon, instantie of onderneming biedt aan het publiek". Optimaliseren is het verbeteren van de bestaande dienstverlening waarbij getracht wordt om op een zo doeltreffende, doelmatige en rechtmatige manier processen uit te voeren. Het optimaliseren van dienstverlening is in deze een continu proces. Steeds moet bekeken worden of geleverde diensten kunnen worden verbeterd waardoor de klant beter geholpen wordt. Achterliggende gedachte hierbij is dat onnodige procedurele belemmeringen irritaties oproepen. Hierdoor wordt de spontane bereidheid om wetten en regels na te leven verminderd. In de uitvoering dienen tevens wettelijke kaders zoals de Wet eenmalige gegevensuitvraag en administratieve lastenverlichting te worden betrokken. Activiteiten en Instrumenten De instrumenten die kunnen worden gebruikt zijn o.a.: Website, Nieuwsbrief, Cliëntenraad, Gegevensverstrekking. De specifieke beschrijving van deze activiteiten en instrumenten, de manier hoe deze worden ingezet en door wie, wordt door de directie vastgelegd in nader op te stellen uitvoerings-notities. 2.4.2 Repressief Vroegtijdige detectie Overtredingen vroegtijdig constateren en afhandelen. Ondanks alle te nemen maatregelen kan het toch nog een keer mis gaan. Daarom zijn detectie en vroegtijdig signaleren van het niet nakomen van verplichtingen van groot belang. Hoe eerder e.e.a. wordt ontdekt hoe eerder men maatregelen kan nemen. Hierdoor wordt het afhandelingsproces verkort en de slagingskans verhoogd. Tevens wordt hierdoor de hoogte van de vordering verlaagd en de invordering eenvoudiger (bv verrekening bij detectie binnen 3 maanden). Door de pakkans bij overtreding als hoog te laten ervaren ontstaat er een preventieve werking. Hierbij wordt het principe van signaal-sturing gehanteerd. Signaalsturing, het woord zegt het al, kenmerkt zich door controles naar aanleiding van een signaal. Dit signaal kan op diverse manieren tot stand komen (digitaal, anonieme tips, observatie door medewerkers). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorhanden zijnde digitale instrumenten, zoals bijvoorbeeld het Inlichtingenbureau. Verder is het van groot belang dat medewerkers in staat zijn signalen te herkennen en dat hier op de juiste wijze naar wordt gehandeld. De specifieke beschrijving van deze activiteiten en instrumenten, de manier hoe deze worden ingezet en door wie, wordt door de directie vastgelegd in nader op te stellen uitvoeringsnotities. Sanctioneren De beide aanscherpingen van de WWB die thans ook gelden binnen de Participatiewet verplichten gemeenten om bij schending van de inlichtingenplicht boeten op te leggen en bij niet nakoming van uniforme re-integratieverplichtingen strenge maatregelen toe te passen. In het kader van hoogwaardig handhaven werd vanuit een “lik op stuk beleid” al zo spoedig mogelijk na vaststelling van de overtreding gesanctioneerd. De Participatiewet brengt daarin geen verandering. Ook nu wordt die lijn voortgezet. Alleen gaat het door de aanscherpingen om forse boeten en maatregelen. Bij het opleggen moet natuurlijk de hoogst mogelijke zorgvuldigheid worden betracht. Wanneer het niet of onvoldoende voldoen aan de verplichtingen zonder gevolgen blijft, is dit niet alleen zonde van de reeds verrichte werkzaamheden, het is ook een aanmoediging tot (het voorzetten van) misbruik. Dit dient voorkomen te worden door zo spoedig mogelijk nadat de overtreding is vastgesteld daadwerkelijk te sanctioneren. De sanctie dient een voldoende afschrikkend effect te hebben en ook daadwerkelijk te worden opgelegd en uitgevoerd. Met het daadwerkelijk en zo kort mogelijk na constatering van de overtreding sanctioneren wordt ook beoogd dat dit bijdraagt aan het verhogen van de spontane nalevingsbereidheid. In het kader van het begrip “misbruik en oneigenlijk gebruik mag niet lonen” is het daadwerkelijk sanctioneren een belangrijk onderdeel. Het vormt een essentieel onderdeel van het ‘lik op stuk beleid’. De hoogte van de boeten is vastgelegd in de Participatiewet. De wetgever heeft na jurisprudentie wel een aanpassing van de Sociale Zekerheidswetten rondom de boeten doorgevoerd. Die aanpassingen komen er -kort weergegeven- op neer dat bij het bepalen van de hoogte van de boeten het evenredigheidsbeginsel consequent moet worden toegepast. In het Uitvoeringsbesluit Boeten zijn al criteria aangereikt om de boete te matigen op grond van verminderde verwijtbaarheid. De hoogte van de maatregelen is nader uitgewerkt in de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Maastricht-Heuvelland 2016 e.v. Binnen de uitvoering van sociale zekerheidswetten is tevens bepaald dat de gemeente actief moet controleren of een klant zich inspant om uitkeringsonafhankelijk te worden. Dit betekent dat een klant, wanneer van toepassing, zijn arbeidsverplichtingen dient na te komen. Tevens wordt verwacht dat de klant zijn volledige medewerking verleend ten aanzien van een ingezet traject. Wanneer dit niet het geval is, dient op eenzelfde consequente wijze een maatregel opgelegd te worden. De hoogte van deze maatregelen is tevens vastgelegd in de hiervoor genoemde afstemmingsverordening. Activiteiten en Instrumenten De instrumenten die kunnen worden gebruikt zijn o.a.: Basisregistratie personen (BRP), Inlichtingenbureau, Suwinet, Huisbezoeken en Maatregelen. Maar ook Terugvordering en Verhaal, Incasso en Boeten behoren tot deze instrumenten en worden nader uitgewerkt in hoofdstuk 3 omdat deze instrumenten onderdeel uitmaken van het onderwerp Debiteuren. De verdere specifieke beschrijving van deze activiteiten en instrumenten, de manier hoe deze worden ingezet en door wie, wordt door de directie vastgelegd in nader op te stellen uitvoeringsnotities.

Rechtspraak bij dit artikel