Naar hoofdinhoud
1.. Het College kan personen als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a, 1º, 5º, 6º Participatiewet op basis van artikel 9, lid 1, onder c Participatiewet verplichten tot het verrichten van een tegenprestatie. 2.. Het College kan personen als bedoeld in artikel 9, lid 2, 5 en 7 Participatiewet vrijstellen van het verrichten van een tegenprestatie. Daarnaast kan het College vrijstelling van tegenprestatie verlenen aan: personen die mantelzorg verrichten; personen die een deeltijdbaan vervullen, welke qua omvang groter of gelijk is aan de omvang van de tegenprestatie; personen die een re-integratietraject/inburgeringstraject volgen en waarbij het aantal trajecturen qua omvang groter of gelijk is aan de omvang van de tegenprestatie. 3.. Het College hanteert bij de inzet van de tegenprestatie de volgende criteria: de werkzaamheden zijn maatschappelijk nuttig en onbeloond; de tegenprestatie is niet gericht op re-integratie; de werkzaamheden zijn additioneel; de werkzaamheden moeten afgestemd zijn op het vermogen van de belanghebbende; de tegenprestatie duurt maximaal 6 maanden; de omvang van de tegenprestatie is niet groter dan 20 uur/week; 4.. De tegenprestatie mag het accepteren van algemeen geaccepteerde arbeid of het verrichten van re-integratie-inspanningen niet belemmeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel