Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 12

Indeling graven en asbezorging

Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen 2006

1.. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: eigen graven; eigen kindergraven; eigen urnenkelders; eigen urnennis; eigen gedenkplaatsen. 2.. De eigen graven zijn bestemd voor: het begraven van lijken; het in of op het graf plaatsen van asbussen met of zonder urnen; het in of op het graf verstrooien van de as van overledenen. Het aantal begravingen en/of plaatsingen en/of verstrooiingen bedraagt ten hoogste drie per graf en voor wat betreft de voormalige huurgraven ten hoogste twee per graf. Het college kan, nadat dit aantal bereikt is, nog één plaatsing of verstrooiing toestaan. 3.. De eigen kindergraven zijn bestemd voor: het begraven van lijken; het in of op het graf plaatsen van asbussen met of zonder urnen; het in of op het graf verstrooien van de as van overledenen. Het aantal begravingen en/of plaatsingen en/of verstrooiingen bedraagt ten hoogste één per graf. Het is toegestaan lijken en de as, al dan niet in een asbus, van overleden kinderen tot en met zes jaar te doen begraven, plaatsen of verstrooien in andere dan kindergraven. 4.. De eigen urnenkelders zijn bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste vier asbussen per kelder. 5.. De eigen urnennissen zijn bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste twee asbussen per nis. 6.. De eigen gedenkplaatsen zijn bestemd voor de plaatsing van gedenktekens voor overledenen, zonder begraving, asbezorging of asverstrooiing.

Rechtspraak bij dit artikel