Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 17

Termijnen eigen graven

Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen 2006

1.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hem schriftelijk in te dienen aanvraag: voor onbepaalde tijd het recht op een eigen graf; zijnde het recht om daarvan tot het tijdstip van sluiting van de begraafplaats gebruik te maken; voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen graf; voor onbepaalde tijd het recht op een eigen kindergraf; zijnde het recht om daarvan tot het tijdstip van sluiting van de begraafplaats gebruik te maken; voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen kindergraf; voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen urnenkelder; voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen urnennis; voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen gedenkplaats. 2.. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht voor bepaalde tijd wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3.. Een recht als in dit artikel bedoeld kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 20, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel