**1..** Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.
**2..** Indien de begraving of de bezorging van as in of op een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de administratie van de begraafplaats te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
**3..** Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 20, tweede lid.
**4..** De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
**5..** De beheerder laat tot verstrooiing van as, die nog geen maand in de asbus is geborgen, niet overgaan, alvorens hem de in het vierde lid van artikel 59 van de Wet op de lijkbezorging bedoelde ontheffing van de officier van justitie is getoond.
**6..** De beheerder en de administratie van de begraafplaats onderzoeken de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.