Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 4.

Aanvraag tot subsidieverlening

Onderdeel van Beleidsregel stimulering woningbouw

1.. De subsidieverlening wordt aangevraagd bij de directeur van de dienst Ruimtelijke Ontwikkeling. 2.. De subsidie aanvrager dient voorafgaande aan de formele indiening van zijn aanvraag in goed overleg met de dienst Ruimtelijke Ontwikkeling te bepalen op welke wijze(n) de door hem aan te vragen subsidie in zijn project wordt ingezet, in de vorm van de eindgebruikersregeling, als bijdrage in de kosten van de aanleg van openbare voorzieningen of als exploitatiebijdrage. 3.. De subsidieaanvrager dient de aanvraag in met een daarvoor door de directeur van de dienst Ruimtelijke Ontwikkeling beschikbaar gesteld formulier. In de aanvraag wordt door de subsidieaanvrager in overeenstemming met het resultaat van het krachtens lid 2 gevoerde gevoerde overleg, aangegeven op welke wijze(n) de te verlenen subsidie binnen het project wordt ingezet. 4.. De subsidieaanvrager voegt bij het aanvraagformulier kopieën van: een kopie van de met de eindgebruiker(s) gesloten koop/aanneemovereenkomst(en) of voorlopig(e) koopcontract(en); een kopie van een identiteitsbewijs van degene(n) die namens de subsidieaanvrager de subsidieaanvraag indient en ondertekent; een kopie van de inschrijvingsgegevens van de subsidieaanvrager in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. 5.. Subsidieaanvragen moeten in het bezit zijn van de gemeente uiterlijk op 31 december 2010. Subsidieaanvragen die na deze datum worden ingediend worden niet gehonoreerd. 6.. De subsidie is niet overdraagbaar.

Rechtspraak bij dit artikel