Om efficiencyredenen kunnen burgemeester en wethouders kiezen voor het gebruiken van centrale opstapplaatsen. Deze liggen op maximaal 1200 meter of 30 minuten lopen van de woning en zijn bij voorkeur gesitueerd bij bestaande haltes of op locaties die als halte kunnen worden aangemerkt. De opstapplaatsen zijn goed bereikbaar. Indien de leerling toezicht nodig heeft bij de opstapplaats of hulp bij het oversteken zijn de ouders hiervoor verantwoordelijk. De leerling dient zich, al dan niet onder begeleiding van de ouders, te begeven naar de door burgemeester en wethouders aangewezen opstapplaats.
Burgemeester en wethouders delen de ouders in de beschikking mee of voor het vervoer van de leerling gebruik zal worden gemaakt van een centrale opstapplaats. Als dit het geval is, wordt de locatie van de toegewezen opstapplaats in de beschikking genoemd.
De locaties voor opstapplaatsen worden door de vervoerder bepaald en dienen schriftelijk te worden goedgekeurd door burgemeester en wethouders en vervolgens vastgelegd te worden in het vervoersplan.