Wat passend vervoer precies inhoudt beschrijft de wetgeving, jurisprudentie en verordening niet. Er zal op individueel niveau een beoordeling moeten plaatsvinden om de juiste vervoersvoorziening voor de leerling te kunnen bepalen. Hierbij spelen de volgende factoren een rol: leeftijd van de leerling, de medische mogelijkheden/beperkingen van de leerling en de infrastructurele mogelijkheden op de route woning-school en vice versa.
Bij de beoordeling welke vervoerswijze past bij de eigen kracht van de leerling, die valt binnen de verordening leerlingenvervoer, kan advies ingewonnen worden bij onafhankelijk deskundigen. De beoordelingsrichtlijn hierbij is als volgt:
Alle leerlingen jonger dan negen jaar: aangepast vervoer;
Voor het verstrekken van de vervoersvoorziening is bepalend de leeftijd van de leerling bij aanvang van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft. Als een leerling op de peildatum (1 augustus) van het schooljaar acht jaar oud is, dan wordt deze leerling voor het gehele schooljaar als zijnde acht jaar oud beschouwd;
Alle leerlingen van het basisonderwijs van negen jaar of ouder: zelfstandig met het openbaar vervoer/fiets of met openbaar vervoer/fiets met begeleiding;
Alle leerlingen van het voortgezet (speciaal) onderwijs: zelfstandig met het openbaar vervoer/fiets of openbaar vervoer/fiets met begeleiding;
Indien op grond van de medische situatie van de leerling het openbaar vervoer of fiets niet tot de mogelijkheden behoort, wordt aangepast vervoer toegekend;
Uit de medische indicatie moet blijken of er uitzicht is op vervoer met het openbaar vervoer/fiets in de toekomst en zo ja, op welke termijn en of herindicatiestelling nodig is.
Het onafhankelijk adviesbureau gaat uit van bovenstaande beoordelingsrichtlijnen. De kosten van het onafhankelijk advies zijn voor rekening van de gemeente. Eventuele kosten voor door de ouders niet nagekomen of niet tijdig afgezegde afspraken worden aan de ouders doorberekend.