**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Gemeentewet, de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) en de eerder vastgestelde beleidsregels bijzondere bijstand.
**2..** In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders;
de wet: de Participatiewet;
bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 35 Participatiewet;
meerkosten: het gaat bij meerkosten niet om alle kosten, maar om de extra kosten die boven de gewone kosten uitkomen in relatie tot de chronische aandoening. Het betreft niet alleen directe ziekte- of zorgkosten, maar ook indirecte kosten die een gevolg kunnen zijn en samenhangen met de chronische aandoening. Als uitgangspunt voor gewone kosten kunnen de normen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) gelden;
draagkracht: het gedeelte van het inkomen of vermogen dat de inwoner geacht wordt aan te wenden om in de bijzondere kosten te voorzien;
draagkrachtperiode: de periode waarover de financiële draagkracht van de inwoner wordt vastgesteld;
inkomen: het inkomen zoals bedoeld in de artikel 31 tot en met 33 Participatiewet;
minimum inkomen: een inkomen van ten hoogste 120% van de voor de inwoner op datum aanvraag geldende bijstandsnorm;
vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 lid 1 van de Participatiewet;
bescheiden vermogen: een vermogen van maximaal het in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet genoemde bedrag;
voorliggende voorziening: de voorziening als bedoeld in artikel 15 Participatiewet;
woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 Participatiewet.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels meerkosten chronisch zieken en mensen met een chronische beperking gemeente Heiloo 2016