De leden van de vertrouwenscommissie hebben volstrekte
geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan
hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen.
De geheimhoudingsplicht van de vertrouwenscommissie geldt
ook ten opzichte van raadsleden die geen lid van de
commissie zijn of lid van de commissie zijn geweest.
Deze geheimhouding geldt zowel tijdens het bestaan van de
commissie als na ontbinding van de commissie.
De leden een tot en met drie van dit artikel zijn op
overeenkomstige wijze van toepassing op degene die op grond
van artikel 7 de vertrouwenscommissie ambtelijke bijstand
verleent en de adviseur van de commissie.
De geheimhouding brengt onder meer met zich mee dat, anders
dan door tussenkomst van de commissaris, geen inlichtingen –
schriftelijk of mondeling - kunnen worden ingewonnen over de
sollicitanten en dat overleg met derden is uitgesloten.
De commissie treft een voorziening met betrekking tot de
wijze waarop de privacybelangen van de sollicitant verder
worden beschermd, bijvoorbeeld bij de bepaling van plaats en
tijdstip van de gesprekken en bij het voeren van de
correspondentie.
Hoofdstuk
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verordening vertrouwenscommissie procedure benoeming burgemeester