Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Financiële verordening 2006

Deze verordening verstaat onder: begroting: de programmabegroting waarin de raad de kaders vaststelt voor zowel het beleid als de financiën, waarbij het beleidsdeel bestaat uit de programma’s en de paragrafen en het financiële deel uit een overzicht van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie plus de bijbehorende toelichtingen; dienst: het gedeelte van de organisatie waaraan een directeur leiding geeft; mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen; administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de gemeentelijke organisatie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; financiële administratie: het systematisch maken en verwerken van de financiële gegevens van de gemeentelijke organisatie of van een organisatieonderdeel daarbinnen, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het beheer van vermogenswaarden; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden, alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover; administratieve organisatie: de zorg voor het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens, gericht op het verstrekken van informatie die nodig is voor het besturen van (bedrijfs)processen en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht houden op het geheel van de gemeentelijke middelen en rechten (vermogenswaarden); budget: een taakstelling tot uitdrukking komend in het bedrag dat verbonden is aan één of meer functies en/of kostenplaatsen van de begroting. Tot het budget wordt tevens gerekend de in de begroting in de omschrijving en toelichting opgenomen prestatie-eenheden, kostendekkingspercentages, overige kencijfers en voorschriften; budgethouder: die persoon die binnen de hem via een budget gegeven machtiging bevoegd en verantwoordelijk is voor het aangaan van overeenkomsten tot levering van goederen, aanneming van werk en/of verlening van diensten; rechtmatigheid: het vaststellen dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen; doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald.

Rechtspraak bij dit artikel