**1..** Het College kan personen als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a, 1º, 5º, 6º Participatiewet op basis van artikel 9, lid 1, onder c Participatiewet verplichten tot het verrichten van een tegenprestatie.
**2..** Het College kan personen als bedoeld in artikel 9, lid 2, 5 en 7 Participatiewet vrijstellen van het verrichten van een tegenprestatie. Daarnaast kan het College vrijstelling van tegenprestatie verlenen aan:
**a..** personen die mantelzorg verrichten;
**b..** personen die een deeltijdbaan vervullen, welke qua omvang groter of gelijk is aan de omvang van de tegenprestatie;
**c..** personen die een re-integratietraject/inburgeringstraject volgen en waarbij het aantal trajecturen qua omvang groter of gelijk is aan de omvang van de tegenprestatie.
**3..** Het College hanteert bij de inzet van de tegenprestatie de volgende criteria:
**a..** de werkzaamheden zijn maatschappelijk nuttig en onbeloond;
**b..** de tegenprestatie is niet gericht op re-integratie;
**c..** de werkzaamheden zijn additioneel;
**d..** de werkzaamheden moeten afgestemd zijn op het vermogen van de belanghebbende;
**e..** de tegenprestatie duurt maximaal 6 maanden;
**f..** de omvang van de tegenprestatie is niet groter dan 20 uur/week;
**4..** De tegenprestatie mag het accepteren van algemeen geaccepteerde arbeid of het verrichten van re-integratie-inspanningen niet belemmeren.
Hoofdstuk 3
Artikel 23
Tegenprestatie
Onderdeel van Verordening re-integratie, participatie en tegenprestatie ParticipatiewetMaastricht-Heuvelland 2016