Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Algemeen

Onderdeel van Huisregels bezoekers stadhuis 2003

3.1.1. Iedere bezoeker van het stadhuis die zich gedraagt op een zodanige wijze dat dit in strijd is met de Huisregels, wordt hier door de beheerder van het stadhuis op gewezen. De beheerder geeft de overtreder vervolgens opdracht om het geconstateerde gedrag te staken. Indien dit wordt geweigerd, of indien andermaal een overtreding wordt geconstateerd, zal de beheerder de overtreder sommeren het stadhuis onmiddellijk te verlaten. 3.1.2. Indien een bezoeker weigert, na hiertoe door de beheerder te zijn gesommeerd, het stadhuis onmiddellijk te verlaten, wordt de politie ingeschakeld en wordt nogmaals in het bijzijn van de politie gesommeerd het stadhuis onmiddellijk te verlaten. Indien aan deze hernieuwde vordering wederom geen gevolg wordt gegeven, wordt de bezoeker door de politie uit het stadhuis verwijderd. Bovendien wordt een waarschuwing gegeven, welke inhoudt dat een hernieuwd bezoek aan het stadhuis van tevoren moet worden gemeld bij de beveiligingsdienst. 3.1.3. Indien door de bezoeker aan de in het vorige artikel genoemde waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, of als opnieuw sprake is van handelen in strijd met de Huisregels, wordt de politie ingeschakeld en hem of haar de toegang tot het stadhuis ontzegd. Deze ontzegging houdt in een verbod om het stadhuis gedurende een bepaalde periode te betreden. Overtreding van dit verbod leidt tot verwijdering uit het stadhuis en het doen van aangifte van overtreding van artikel 139 van het Wetboek van Strafrecht (aanklacht wegens lokaalvredebreuk). 3.1.4. Het doen van aangifte, herhaling van de in het vorige artikel genoemde verwijdering, of het wederom handelen in strijd met de Huisregels leidt tot het ontzeggen van de toegang tot het stadhuis voor een langduriger periode dan die welke is genoemd in het vorige artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel